Applicatie- en mediaontwikkelaar

Applicatie- en mediaontwikkelaar

7. Wagenpark

Inleiding

ROCit is een softwarebedrijf met 300 werknemers. Het bedrijf heeft een wagenpark van 50 leaseauto’s van verschillende dealers. ROCit wil een overzicht hebben van de kosten van de halfjaarlijkse onderhoudsbeurt voor alle auto’s. Bovendien wil ROCit dat dealers zelf de gegevens over de onderhoudsbeurt online invoeren.

leaseautos

Situatie

ROCit wil een database-applicatie op het web die de gegevens van het wagenpark van de 50 auto’s bijhoudt. Er moet een datamodel gemaakt worden.
Maak een normalisatie en een ERD die gebaseerd zijn op de volgende gegevens:

project 7 - table 1

Toelichting

  • Een auto wordt uniek geïdentificeerd door het kenteken.
  • Een dealer wordt uniek geïdentificeerd door het dealernummer.
  • Een werkplaats wordt uniek geïdentificeerd door het werkplaatsnummer.
  • Op een gegeven datum kunnen meerdere auto’s van het bedrijf in onderhoud zijn.
  • Op een gegeven datum kan een auto slechts bij één werkplaats in reparatie zijn.

De ROCit-website moet in het volgende voorzien:

  • een inlogscript met sessions voor het inloggen van de dealers
  • een inlogscript voor de applicatiebeheerder die alle rechten heeft om mutaties door te voeren
  • een welkomstpagina
  • de mogelijkheid dat een dealer een onderhoudsbeurt online kan invoeren
  • de mogelijkheid dat een dealer een overzicht van een specifieke auto online kan aanvragen
  • een link op de welkomstpagina naar een outlogpagina

Om te beginnen maak je de volgende producten:

  • een definitiestudie van de systeemeisen
  • een gegevensanalyse (normaliseren en ERD) van het te maken datamodel
  • een functioneel ontwerp voor de webapplicatie
  • een technisch ontwerp voor de webapplicatie

Maak een planning om dit project te kunnen uitvoeren.

Definitiestudie

Om een juiste oplossing te kiezen voor ROCit moet er een inventarisatie gemaakt worden van alle benodigdheden voor de website. Er moet gekeken worden naar de haalbaarheid en de gevolgen voor de werkwijze van de medewerkers.
Vaak wordt hiervoor de zogenoemde MoSCoW-analyse gemaakt. MoSCoW staat voor: ‘Must have’, ‘Should have’, ‘Could have’ en ‘Won’t have’.

Om de definitiestudie goed te kunnen maken, moet je jezelf de volgende vragen stellen:

  • Welk operating system is er op de computers geïnstalleerd?
  • Is er voldoende bandbreedte?

Een belangrijk onderdeel van het advies is de begroting van de extra kosten die gemaakt moeten worden om de internetomgeving te realiseren (het boodschappenlijstje).

In deze definitiestudie geef je globaal aan wat er aanwezig moet zijn (Must haves) om alles te laten functioneren.

Het eindrapport moet de volgende punten bevatten:

  • een korte beschrijving van het huidige systeem
  • een gegevensanalyse (normaliseren en ERD)
  • een globale beschrijving van de mogelijke oplossingen
  • de organisatorische consequenties
  • een globale kosten-batenanalyse
  • een advies omtrent de beslissing al of niet verder te gaan

Houd een logboek bij waarin je verantwoording aflegt over de verrichte werkzaamheden.

Functioneel ontwerp

Het functioneel ontwerp bevat een opsomming van alle functionaliteiten van de webapplicatie. De functionaliteiten kunnen worden ingedeeld volgens de MoSCoW-analyse.

De functionaliteiten worden meestal aangegeven door de opdrachtgever, eventueel in samenspraak met (externe) deskundigen. Voor dit project moet je de informatie halen uit de beschrijving van de situatie en je eigen inschatting van een en ander.

Nadat alle mogelijke functionaliteiten op papier staan, worden deze ingedeeld op urgentie waarbij de MoSCoW-analyse wordt gebruikt. Het is duidelijk dat de ‘Must haves’ in ieder geval gerealiseerd moeten worden.

M o S C o W
Must Haves Should Haves Could Haves Won’t haves
Direct doen Snel doen Later doen (N)Ooit doen
  • Must haves: hiermee geef je globaal aan wat er aanwezig moet zijn om alles te laten functioneren.
  • Should haves: dit zijn de zaken die handig zijn als ze aanwezig zijn, maar niet strikt noodzakelijk om het geheel te laten functioneren.
  • Could haves: deze zaken kunnen eventueel aanwezig zijn.
  • Won’t haves: deze zaken benoem je omdat heel duidelijk is dat ze ongewenst zijn.

Het functioneel ontwerprapport moet de volgende punten bevatten:

  • een beschrijving van de gekozen oplossing
  • eventueel een beschrijving van de apparatuur
  • de organisatorische consequenties
  • tekeningen/schema’s van de te ontwikkelen applicatie

Natuurlijk houd je het logboek bij waarin je verantwoording aflegt over de gedane werkzaamheden.

Technisch ontwerp

Vertaal het functioneel ontwerp naar een technisch ontwerp. Hierin lever je de volgende producten op:

  • de look and feel voor de beeldschermopbouw
  • de opslagstructuur voor de vast te leggen gegevens
  • een uitgebreide testprocedure voor de webapplicatie

De docent moet het technisch ontwerp goedkeuren.

Plan van aanpak

Inventariseer de uit te voeren activiteiten en maak een plan van aanpak, waarin je zowel de planning van de werkzaamheden als de kostenraming specifiek beschrijft. Hiervoor maak je een strokenplanning, ook wel balkenplanning of ‘Gantt Chart’ genoemd. Zie het voorbeeld.

Screen Shot 2016-04-22 at 15.35.40

In een strokenplanning geef je de activiteiten aan door middel van stroken. Dit geeft snel een beeld van de volgorde waarin je de activiteiten moet uitvoeren en de doorlooptijd van elke activiteit.

Vaak wordt een paragraaf opgenomen in het plan van aanpak waarin de bestaande situatie, de problemen en de nieuwe situatie beschreven worden. Ook de betrokkenen bij het project worden genoemd.

In het plan van aanpak wordt ook een opsomming gegeven van alle benodigde apparatuur voor de proefopstelling. Soms worden zelfs de kosten van de proefopstelling berekend. Let op dat als je kosten berekent, je voor een bedrijf altijd de btw apart moet vermelden.

Houd een logboek bij waarin je verantwoording aflegt over de gedane werkzaamheden.

Realisatie

Realiseer de applicatie volgens opdracht en op basis van het technisch ontwerp. Zorg ervoor dat tijdens en na het realisatieproces de documentatie correct en volledig is. Test de werking en functionaliteit van de gerealiseerde applicatie en voer zo nodig aanpassingen door.

In je testplan geef je aan hoe en door wie je de applicatie laat testen. De test moet zo volledig zijn dat alle mogelijkheden op elke mogelijke wijze worden getest. Het is de bedoeling dat de applicatie door verschillende personen wordt getest.

Het eindrapport realisatie moet de volgende punten bevatten:

  • een werkende webapplicatie
  • documentatie voor onderhoud van de applicatie
  • een testplan

Houd een logboek bij waarin je verantwoording aflegt over de gedane werkzaamheden.

Testen

Wanneer de applicatie klaar is, moet zij worden getest. Dit doe je op basis van het testplan uit de vorige fase.

In het testrapport wordt een opsomming gedaan van alle uitgevoerde testen (als bijlage worden de afzonderlijke testen meegeleverd). Als uit de testen blijkt dat er (op onderdelen) aanpassingen gedaan moeten worden, dan worden deze opgenomen in het wijzigingsvoorstel.

Het testrapport moet de volgende punten bevatten:

  • een samenvatting van de testresultaten
  • een wijzigingsvoorstel (indien nodig)
  • bijlage: de afzonderlijke testresultaten

Houd een logboek bij waarin je verantwoording aflegt over de gedane werkzaamheden.